Ing. Peter Reijman van TNO Bouw:

‘Ontbreken van omkokering kan leiden tot woningbrand’

RIJSWIJK – Regelmatig maakt Ing. Peter Reijman van TNO Bouw het bij brandoorzaakonderzoek mee dat een rookkanaal niet is voorzien van een brandwerende omkokering. En dus niet voldoet aan het Bouwbesluit. Dit terwijl hetzelfde product in het TNO laboratorium (dan uiteraard wél voorzien van omkokering) brandveilig is bevonden. ‘Het is vanuit het oogpunt van brandveiligheid maar goed dat er een systeem als ISOduct bestaat’.

TNO Bouw is in Nederland het enige instituut dat de kennis en de middelen heeft rookkanalen te testen voor gebruik van toestellen voor vaste brandstoffen. Met name in de tachtiger jaren gebeurde dit veelvuldig. Reijman: ‘Dit komt omdat de gemetselde schoorstenen vanaf eind jaren zeventig snel plaatsmaakten voor de prefab rookkanalen. In die jaren was er een enorme toename van schoorsteenbranden. Daarom heeft TNO Bouw in die jaren een conceptnorm ontwikkeld: een beschrijving waaraan we de brandveiligheid van deze prefab rookkanalen konden toetsen. Dit heeft geleid tot een beproevingsmethode Prefab-schoorsteenelementen: een van overheidswege geadviseerde bepaling voor het vaststellen van brandveiligheid van rookkanalen. Het nadeel was echter dat elke gemeente z’n eigen regels had, een onduidelijke situatie. In 1991 werd deze beproevingsmethode opgenomen in het Bouwbesluit en omgezet in een Nederlandse norm: NEN 6062. Daaraan moeten alle gemeenten voldoen. Of het aantal schoorsteenbranden sindsdien is afgenomen, weet ik niet, maar de kans dat hierdoor een brand in de woning ontstaat is wel aanzienlijk afgenomen’.

Installatievoorschriften
Het grote probleem is volgens Reijman, dat een rookkanaal vaak helemaal niet is omkokerd. ‘Dat maak ik in de praktijk heel vaak mee. Dat komt ook omdat gemeenten vaak niet controleren, wellicht omdat ze zelf niet goed op de hoogte zijn van de normen. Terwijl het juist heel belangrijk is dat alle gemeenten alle aanvragen voor een bouwvergunning toetsen aan zowel het Bouwbesluit als aan de installatievoorschriften van de fabrikant’. Overigens behoort het controleren van deze installatievoorschriften niet tot de taken van TNO. ‘Dat kan de fabrikant laten uitvoeren door Gastec, die hiertoe het KOMO-keur afgeeft. Een KOMO-keur is in die zin een goede aanvulling op het TNO-rapport. Maar nogmaals, uiteindelijk komt het aan op een juiste installatie en het toetsen ervan’.

Prima resultaat
TNO Bouw voert de tests uit in het laboratorium in Rijswijk, volgens een vaste procedure. Reijman: ‘Allereerst meten we het luchtverlies van het kanaal: de lekkage. Vervolgens doen we een trilpoef, om te bepalen of de isolatie al dan niet inklinkt, waarna we vijftien minuten lang rookgassen met een temperatuur van duizend graden Celsius door het kanaal blazen. Een dag later voeren we de temperatuur drie uur lang op tot zeshonderd graden, een simulatie van normaal gebruik. Een dag later doen we de eerste hitteproef nogmaals, om vast te stellen of de isolatiewaarde van de omkokering nog intact is. Bij alle hitteproeven mag de temperatuur aan de buitenzijde van de omkokering niet meer gestegen zijn dan 75 graden Celsius. Bij ISOduct bedroeg de hoogstgemeten temperatuurstijging 72,4 graden, een prima resultaat. Vervolgens meten we de lekkage opnieuw, waarna we een veegtest doen. Hierbij wegen we de hoeveelheid veegsel. ISOduct is een interessant kanaal omdat het het enige is, dat zonder omkokering door de test is gekomen’. Reijman staat volledig achter alle TNO-tests. ‘Want wij toetsen aan objectieve criteria. Wie toch nog twijfels heeft, nodig ik graag uit voor een gesprek’.

[ Terug naar Pressroom ]

Introductie | Voordelen | Veiligheid | Bouwbesluit | Beproevings resultaten
Pressroom | Dealers | Assortiment | Download | Links | Meer weten? | Home